Gisteren fietste ik in het ochtendzonnetje naar mijn werk, in gedachten fluitend, want in het echt kan ik dat niet. Vrijdag is altijd al mijn favoriete dag van de werkweek geweest, en zéker als die vrijdag door een verlengd weekend gevolgd wordt.
Wel, ik kan je al vertellen dat het allesbehalve mijn favoriete dag werd.
Het begon op het werk. Klanten stelden onmogelijke eisen, transporteurs deden niet wat ze moesten, papieren konden ineens niet gescand worden, echt alles dat kon fout lopen liep ook effectief fout.
Iets voor 11 uur kreeg ik ineens telefoon van Benoit. Dat hij “op zijn achterwerk gevallen was” in de vriezer op zijn werk. Het raam stond open waardoor ik hem niet goed hoorde, en ik was hier niet echt op voorbereid dus ik riep “op wát ben je gevallen?”, waarop hij het herhaalde, met de toevoeging dat hij zich had proberen tegen te houden met zijn arm. Echt veel pijn had hij niet, maar hij wou toch laten weten dat hij een afspraak bij de huisarts gemaakt had na het werk. “Voor je – euh – achterwerk?” vroeg ik, maar het bleek om zijn arm te gaan.
Ik had niet veel tijd om door te vragen en stortte mij weer op mijn werk, in de hoop nog te redden wat er te redden viel. Dat lukte nog redelijk goed, het lange weekend begon weer te lonken en het fluitdeuntje in mijn hoofd werd weer hoorbaarder.
Om 16u, 10 minuten voor ik naar huis wou vertrekken, kreeg ik ineens een sms. Van het ziekenhuis. Om mij te herinneren aan mijn afspraak met de kinderarts, om 18u40. Afspraak met de kinderarts? Ik begon mij toch serieus vragen te stellen over Benoits arbeidsongeval. Hij is misschien een verstrooid type, maar een afspraak met de kinderarts maken in plaats van met de huisarts leek mij toch straf.
Ik belde Benoit op, die mij vertelde dat het geen vergissing was. Toen hij Miro bij de crèche ophaalde, bleek die hoge koorts te hebben en de begeleidsters hadden blaasjes gezien, ze vermoedden windpokken. Echt. Ook dat nog.
Toen ik thuis kwam trof ik dit aan: een oververhitte baby met vlekken, een echtgenoot met opgezwollen arm en een vrolijke kleuter. Toch nog 1 iemand die het weekend zag zitten. Benoit ging naar de huisarts en werd naar het ziekenhuis doorverwezen voor foto’s. Handig (jep, letterlijk), want ik moest daar ook zijn met Miro. Wij dus met zijn vieren naar Ieper, spontaan gezinsuitstapje. Benoit liep direct door naar spoed, Noah wilde per se met hem mee. Ik was stiekem opgelucht, vorige keer toen Miro ziek was had Noah de wachtzaal vol zieke kindjes nét iets te enthousiast geëntertaind.
Wat daarna volgde kan ik kort samenvatten, kwestie van jullie de tijd te besparen die ik daar verloor. Anderhalf uur heb ik in die wachtzaal gezeten. Na een uur ongeveer (godzijdank pas na een uur) moest een ander kindje overgeven. Op de grond, op zijn mama, overal eigenlijk. Gelukkig veel lieve en begripvolle mama’s in de buurt om te helpen (ja, zelfs ik), maar het volgende half uur zaten we daar in een zurige kotsgeur, te hopen dat het niet besmettelijk was.
Miro bleek inderdaad de windpokken te hebben, Benoits pols is gebroken en moet 2 weken in het gips.
Gelukkig is zijn achterwerk helemaal in orde.
Leuk verhaal over minder leuk gebeuren bij een jong gezinnetje.
Alle groetjes voor Benoit en beterschap voor Miro.
En sterkte voor U 😘👍👍
LikeLike
Danku tante!
LikeLike